Robin Hood ontmoet Little John

Ga naar beneden

Robin Hood ontmoet Little John

Bericht  liseke op vr dec 24, 2010 8:15 am

Toen Robin Hood twintig jaar oud was, had hij veel vrienden en volgelingen om zich heen verzameld, die samen met hem in het bos van Sherwood leefden en elkaar trouw gezworen hadden tot in de dood. Robin Hood ontmoet Little JohnOp zekere dag zei Robin tot zijn vrienden: "Ik heb zin om eens alleen op jacht te gaan." De anderen wilden meegaan, maar hij verbood het hen. Hij vroeg hen echter wel om goed op te letten. Wanneer hij op zijn hoorn blies moesten ze hem te hulp komen, want dan was er gevaar. Hij nam afscheid en trok met pijl en boog dieper het bos in.

Al snel kwam hij bij een brede en snel stromende beek, waarover een smal bruggetje lag dat naar de overkant leidde. Net toen hij op het bruggetje stapte, kwam van de andere kant een vreemdeling aan die ook op het bruggetje stapte. Het was een forse en indrukwekkende man, maar Robin Hood - die zich in het bos heer en meester voelde - week niet voor hem terug. Dadelijk zag hij in de vreemdeling een tegenstander met wie hij zich wilde meten. Snel haalde hij uit de koker een pijl met grijze ganzenveren aan de schacht en slingerde hij de boog aan zijn schouder. "Ik zal je onze gebruiken leren!" riep Robin Hood. Maar de vreemdeling hief dreigend zijn stok en zei: "Ik ros je af, als je je boog maar aanraakt!" - "Je spreekt als een ezel!" spotte Robin, "als ik mijn boog span, heb je geen tijd om je stok te gebruiken." - "En jij spreekt als een lafaard!" antwoordde de vreemdeling. "Je wilt me doodschieten, terwijl ik geen ander wapen heb dan een stok!"

"Nee, een lafaard ben ik niet!" riep Robin Hood en hij slingerde zijn pijl en boog weg. "We zullen strijden met gelijke wapens." En vlug sneed hij een stevige stok van de tak van een eik. "Ziehier," zei hij, "een sterke stok. Laat ons strijden op het bruggetje. Wie in de beek valt, heeft verloren. Als de strijd beslecht is, gaan we ieder onze weg." - "Goed, ik wijk geen duimbreed!" riep de vreemdeling, en dadelijk kruisten zich de stokken.

Robin Hood bracht de eerste geweldige slag toe. Maar de vreemdeling deed niet voor hem onder en onophoudelijk vielen de slagen. In het oude Engelse lied Lytell Geste of Robyn Hode wordt over deze strijd gezegd: 'Als waren ze aan het koren dorsen.' En iets verder: 'De slagen vielen als een dichte hagelbui; het was of er damp opsteeg van elke slag.' Maar hoe dapper Robin zich ook weerde, tegen deze tegenstander kon hij niet op. Na een laatste forse slag van de vreemdeling tuimelde onze held in de beek. "Wel kereltje, wat wou je nu?" hoonde de overwinnaar. En Robin, nog in de beek, antwoordde: "Ik heb het verloren; je bent een dappere, sterke kerel; laten we vrede sluiten." Toen waadde hij naar de kant, trok zich op aan een meidoornstruik en stond een ogenblik druipend uit te blazen. Ferm en vrolijk blies hij op zijn hoorn; de tonen drongen ver door in het woud en de echo gaf ze terug. En daar kwamen Robins vrienden aangelopen. Een ganse schare sterke mannen, in het groen gekleed, als waren zij een deel van het bos, snelde op Robin toe, gereed hem bij te staan. "Wat is er aan de hand? Wat ben je nat!" riep William Studeley, Robins beste vriend.

Robin Hood glimlachte en zei bijna onverschillig: "Er is niets anders gebeurd, dan dat dit ventje hier me in het water heeft gegooid." - "Dat moet gewroken worden!" riepen de mannen dreigend. En ze staken reeds de handen uit om de vreemdeling óók in de beek te smijten. Maar Robin wenkte, en gehoorzaam stonden ze stil, al voelden ze hun vingers jeuken. "Laat dat," zei Robin, "het is een braaf en dapper man." En tot de vreemdeling zei hij: "Je hebt van niemand iets te vrezen; die boogschutters zijn mij trouw. Zie, er zijn er negenenzestig. Wil je één van de hunnen worden, het groene boskleed dragen, en ons vrij leventje leven? Ikzelf zal je het gebruik van pijl en boog leren." - "Akkoord," riep de vreemdeling. "Mijn hand erop! Ik zal u met alle kracht dienen. Mijn naam is John Little."

"Die naam moeten we veranderen!" riep William Studeley, "zo'n flinke kerel moet Little John heten!" Allen juichten, met in hun midden Little John. Een paar van de mannen haalden een hert om het boven een vuur te braden, en in het dichte woud werd vrolijk feestgevierd. Toen nam Robin Hood zijn nieuwe vriend terzijde, gaf hem groene kleren, hing hem boog en pijlkoker om de schouders en bracht hem zó in de vriendenkring terug. Tot laat in de avond werd er gelachen, gedronken en gezongen. En John Little heette voortaan voorgoed Little John.

_________________
liseke uw beheerder
avatar
liseke
beheerder
beheerder

Aantal berichten : 536
Registratiedatum : 17-12-10

http://thedairy.actieforum.com

Terug naar boven Ga naar beneden

Terug naar boven


 
Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum